Beproeving, verzoeking
Geloofstaal & cultuurtaal
In de geloofstaal wordt 'beproeving' regelmatig en 'verzoeking' uitsluitend aan de duivel toegeschreven. Niet altijd wordt tussen beide woorden even duidelijk onderscheid gemaakt. Een beproeving is een moment van geloofsaan-vechting, dat tot doel heeft gelovigen te versterken in hun leven met God; een verzoeking (ook 'verleiding', 'verlokking' of 'bekoring' genoemd) heeft vooral tot doel om gelovigen op het verkeerde pad te krijgen. In de cultuurtaal wordt beproeving als een ultieme test, maar ook als een ramp, dus als zware tegenspoed uitgelegd. God staat daar voor het gevoel van de moderne mens buiten, terwijl het bestaan van een duivel al helemaal buiten beeld is geraakt. Ongeluk berust voor veler gevoel eerder op toeval. Een God die beproeving regisseert, wordt eerder als grillig en onbetrouwbaar ervaren dan als rechtvaardig en wijs. Een verzoeking is in de volksmond een verleiding, of misleiding, tot ongewenst gedrag.
Woorden
In het Oude Testament is het werkwoord 'beproeven' of 'toetsen' meestal de vertaling van het Hebreeuwsebachan. Voor God als toetser wordtmatsreefgebruikt (Spr. 17:3). Het werkwoordnasa wordt vertaald door zowel 'toetsen' als 'verzoeken' (zowel van mensen als van God, zie Gen. 22:1 en Ex. 17:2). In het Nieuwe Testament betekentdokimad-zein 'beproeven', ('onderkennen', 'menen', 'onderscheiden'). Beproeving/beproeven is bijna hetzelfde als verzoeking/verzoeken(peirasmos/peiradzein). Hoewel de begrippen 'beproeving' en 'verzoeking' praktisch synoniem zijn, is er toch een opvallend verschil: ...
