Dit volk eert Mij met de lippen
Bij Deuteronomium 10,12-21, Efeziërs 4,17-25 en Marcus 7,1-23
De farizeeën verzamelen zich met enkele schriftgeleerden. Dat klinkt dreigend! Er zijn al de nodige botsingen geweest en het loont de moeite om te zien waar de confrontaties bij Marcus over gaan. Ik maak even onderscheid tussen beide groepen. Eerst de schriftgeleerden.
Jezus leert, onderwijst, anders dan de schriftgeleerden, met gezag. De omstanders ervaren zijn onderricht als een nieuwe leer (Marc. 1,22). Jezus vergeeft zonden en wordt beschuldigd van Godslastering (2,6). Ze verwijten Jezus dat Hij aan tafel gaat met tollenaars en zondaars (2,16). Ze zeggen ...
