Dood, doden, doden raadplegen
Geloofstaal & cultuurtaal
Voor de geloofstaal is de dood niet een definitief einde van het leven, maar een ontslapen om te ontwaken bij God. De christen gelooft dat de dood een 'doorgang is tot het eeuwige leven' (Heid. Cat. 42).
In de cultuurtaal geldt 'de dood' doorgaans als het definitieve einde van het leven: 'dood is dood', al leeft er bij velen een vaag besef dat er misschien hierna toch nog iets is. In beide taalgebieden kan het begrip 'de dood' zowel het moment van het sterven ('tot zijn dood toe') als de toestand erna ('ook in zijn dood werd hij vereerd') aanduiden. Onze taal kent vele uitdrukkingen die betrekking hebben op de dood als levenseinde: 'niemand ontkomt aan de dood', 'ten dode opgeschreven zijn' (moeten sterven), 'des doods schuldig zijn' (de doodstraf verdienen), 'de één zijn dood is de ander zijn brood' (het sterven van de één geeft de ander kansen). In figuurlijke zin zegt men: 'met de dood in het hart' of 'doodsbang' (heel erg bang), 'om de dood niet' (volstrekt niet), 'de dood in de pot' (saai, geestloos). Gepersonifieerd ...
